Het Infantino-model: voetbal in stukjes verkocht

In New York zal iemand na de finale het gras van het MetLife Stadium in kleine souvenirs snijden. Je kunt het mooi vinden of niet, maar dat ene detail zegt alles over hoe Gianni Infantino het voetbal runt.

14 juli 2026 · 3 min

gianni infantino fifa world cup

In het MetLife Stadium in New York belandt, zodra de WK-finale voorbij is, elk stukje gras verzegeld in een acrylhouder, met datum en eindstand erin gegraveerd. Het wordt online verkocht, tussen de 450 en 3.000 dollar, afhankelijk van de reservering. Verwachte opbrengst: meer dan 11 miljoen.

Het is een klein detail, bijna komisch. Maar het zegt veel over de logica die Gianni Infantino's Fifa aanstuurt. Alles kan koopwaar worden, als er genoeg vraag is, of als die vraag gecreëerd kan worden.

Uitbreiding als stemstrategie

Sinds hij voorzitter is, beweegt Infantino zich maar één kant op: groter. Het WK groeide dit jaar van 32 naar 48 landen. Er wordt al gesproken over 64, mogelijk al vanaf 2030. De officiële motivering blijft steeds dezelfde: elk land verdient de kans om te dromen. Een mooie zin. Erachter schuilt een veel concretere rekensom.

Elke deelnemende bond ontvangt een minimumbedrag, ongeacht het resultaat op het veld. Dit jaar gaat het om 12,5 miljoen dollar per bond, in totaal 871 miljoen verdeeld. Voor een kleine bond dekt dat bedrag een heel jaarbudget.

«Fifa money is your money.»

Dat zei Infantino in de toespraak die hem in 2016 tot voorzitter verkoos. Het bleef het echte politieke programma van deze tien jaar. Het Fifa-congres werkt volgens het principe één land, één stem. Kleine bonden wegen even zwaar als Italië, Frankrijk of Duitsland. Meer landen betekent meer bonden die betaald worden. Meer geld betekent meer stemmen die zeker gesteld en gewonnen worden. Het toernooi uitbreiden is niet alleen vrijgevigheid, het is ook een behoorlijk effectief instrument om steun te onderhouden.

De prijs van kijken

Terwijl de bonden binnenharken, betalen de toeschouwers meer. De tickets voor deze editie liepen op tot 1.200 dollar, onder een dynamisch prijssysteem dat zich in realtime aanpast aan de vraag. Op de officiële doorverkoopmarkt betalen kopers en verkopers allebei een commissie van rond de 15 procent.

Zelfs de speeltijd is heringericht rond sponsors. De hydratatiepauzes, drie minuten halverwege elke helft, werden een gewilde reclameplek, eentje die behoorlijk wat kritiek kreeg. Voor de finale wordt gesproken over een langere pauze dan de gebruikelijke 15 minuten, mogelijk richting de 25, in Super Bowl-stijl.

Op het veld overtuigde deze eerste editie met 48 landen niet iedereen. De grote verrassingen, degene die vroeger verhalen opleverden zoals Marokko 2022 of Kroatië 2018, bleven hier uit. Honderdzesenzeventigduizend tickets bleven onverkocht.

De aandacht voor de fans, voor het spektakel, voor voetbal als sport, dat alles zakte weg op de prioriteitenlijst, opgeofferd aan economie en macht. Niets daarvan is nieuw, niets wat Infantino zelf heeft bedacht. Voetbal maakt deel uit van de wereld, en de wereld werkt nu eenmaal zo. Dit WK maakte het alleen zichtbaarder dan gewoonlijk.

Gianni en Donald

Er is hier nog een ander register, iets minder economisch, iets persoonlijker. In december overhandigde Infantino Donald Trump de Fifa Vredesprijs, een onderscheiding die pas enkele maanden eerder was ingesteld, zonder openbare toekenningscriteria.

Tijdens dit WK werd de schorsing van de Amerikaanse speler Folarin Balogun feitelijk opgeheven onder twijfelachtige omstandigheden, waaronder contact tussen Infantino en Trump, wat een precedent schiep met bijna geen weerga. De Uefa reageerde met een scherp verklaring. Vijftig leden van het Europees Parlement riepen op tot ingrijpen van de ethische commissie van de Fifa. De banden tussen voetbal en politiek, of tussen Infantino en Trump, zorgen de laatste jaren voor behoorlijk wat controverse.

Wat er van het spel overblijft

Gianni Infantino heeft zijn herverkiezing voor 2027 al aangekondigd. Hij werkt aan een tweede WK voor clubs in de Verenigde Staten, gepland voor 2029. Ondertussen overweegt de Fifa om het toernooi van 2030 nog verder uit te breiden, naar 64 landen.

Elke nieuwe uitbreiding brengt dezelfde belofte met zich mee: meer landen, meer kansen, meer collectieve dromen. Maar naarmate het aantal landen groeit, groeit ook de afstand tussen wie het voetbal runt en wie het speelt, of wie het bekijkt, ticket in de hand.

De vraag blijft of dit model, gebouwd op gras dat per vierkante meter wordt verkocht en vredesprijzen die als cadeautjes worden uitgedeeld, nog echt over sport gaat. Of dat de bal inmiddels alleen nog een voorwendsel is voor iets anders.